BiebBlog

Vlissingen

Bibliotheekmedewerkers
aan het woord

7 mei 2010 @ 07:50 door | Geen reacties

Armoede treedt binnen

armoede-treedt-binnen1‘Dit boek moet je maar eens lezen’, zei mijn vader. ‘Dan weet je hoe je opa en oma hebben geleefd!’.

En inderdaad! Kees Slager schept met zijn boek ‘Armoede treedt binnen‘ een aangrijpend beeld van het barre leven van de landarbeiders; een slecht betaalde en behandelde bevolkingsgroep, die eeuwenlang de grootste van Nederland vormde. Tot in de jaren ’50 de machines hun werk begonnen over te nemen. Amper 20 jaar later waren ze overbodig geworden en was er vrijwel geen landarbeider meer over.

Persoonlijke verhalen
De gesprekken met arbeiders en hun familieleden vormen de basis en tevens het waardevolle karakter van het boek. Om deze reden wil ik mij in dit artikel beperken tot het geven van een aantal voor zich sprekende uitingen.

KO: ‘Als het een beetje gevroren had dan ging je kunstmest zaaien. Maar als het dan ’s ochtends ging dooien, dan viel je elke keer op je smoel. Zo glad en glibberig was het land. Maar je moest doorlopen, want de boer rekende precies uit, hoeveel zakken je per dag kon zaaien. ’s Avonds kwam je koud en met een paar blauwe benen thuis’.
MERIEN: ‘We hadden 10 kinderen en we woonden in een huisje, nou dat was net zo groot als hier m’n kamertje in het bejaardenhuis. Ja, dan sliepen m’n vader en moeder in de bedstee en in die andere een stel kinderen. En de rest lag boven op zolder, op strozakken’.
JEWANNES: ‘Achteraf snap ik niet, dat we zo weinig ziek waren. Want als je nou peeën staat te botten in de sneeuw… En je had geen oliejas… En telkens kwam je ’s avonds koud en dwars doornat thuis…. En je enige werkbroek ging je meteen bij de kachel stomen, want die moest je de andere ochtend weer aan. En toch zelden ziek…. Onbegrijpelijk’.
GOMMERT: ‘Stank, daar ben je in opgegroeid, ’s zomers in de mestput, ’s winters in de stallen, het was altijd stront. Mest aan je handen was heel normaal; en als je ging eten, ach dan poetste je je handen een beetje af aan je broek en pakte je zo je boterham uit je stikzak’.
ANNA: ‘Ik weet nog goed, dat we in de week dat moeder stierf vijf gulden en zesenveertig cent overhielden na aftrek van de veerpont…..En daar werkten we dan met z’n tweeën de hele week voor’.

Zo beschouwend heeft onze generatie eigenlijk weinig reden tot klagen. Toch?

Auteur

Rubrieken Recensies

Trefwoorden

Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

coded with care by codetikkers.nl, ontwerp IDA