BiebBlog

Vlissingen

Bibliotheekmedewerkers
aan het woord

12 mei 2011 @ 08:25 door | Geen reacties

Hemelschreiende herinneringen

Een van de laatsten / Chil RajchmanToeval of niet, vorige week kruisten drie berichten elkaar in het nieuws: de dodenherdenking op 4 mei, het Demjanjuk-proces en het overlijden van geheugendeskundige Willem Wagenaar. De link tussen de eerste twee is wel duidelijk, bij Wagenaar zit het hem in zijn expertise: de herinnering.

Het herdenken van de oorlogsslachtoffers, dat veelal draait om bekende thema’s als ‘dit nooit meer’ en ‘wat jij zou doen’, ligt ook 66 jaar na het einde van de oorlog nog erg gevoelig. Zeker het herinneren van de Holocaust luistert nauw en zit vol spanningen, zo blijkt maar weer uit het nieuwe proces in Duitsland tegen John Demjanjuk.

Demjanjuk maakt in de oorlog ‘carrière’ van krijgsgevangene tot vermeend kampbewaker. In 1951 deed hij zich voor als voormalig dwangarbeider en slachtoffer van het Derde Rijk en kreeg hij een visum voor de Verenigde Staten.

Iwan de Verschrikkelijke
In de jaren ’80 werd hij ervan beschuldigd de ‘beul van Treblinka’ te zijn, ook wel ‘Iwan de Verschrikkelijke’ genaamd. Hij werd uitgeleverd aan Israël, waar hij in 1988 ter dood werd veroordeeld, mede omdat hij door verschillende overlevenden van Treblinka was herkend.

Vijf jaar jaar later werd Demjanjuk vrijgesproken, omdat er van een persoonsverwisseling sprake zou zijn geweest en omdat de Nederlandse getuige-deskundige, de Leidse hoogleraar Willem Wagenaar, getuigenissen van zoveel jaar geleden onbetrouwbaar noemde. Het getuigde wel van moed om in een vijandige omgeving geduldig uit te leggen hoe problematisch de herkenningen van Demjanjuk door concentratiekampslachtoffers waren.

OoggetuigenverslagChil Rajchman
Een van de getuigen die in Israël ‘Iwan de Verschrikkelijke’ meende te herkennen was de Poolse jood Chil Rajchman (1914-2004). Hij schreef met ‘Een van de laatsten‘  een ooggetuigenverslag van een van de weinige overlevenden van het vernietigingskamp Treblinka in Oost-Polen, waar naar schatting bijna een miljoen Joden zijn omgebracht. Tijdens de jaarlijkse vloed van oorlogs- en Holocaustboeken aan de vooravond van 4 en 5 mei is dit boek vorig jaar in Nederland geheel ten onrechte compleet over het hoofd is gezien. Het is namelijk naast een van de zeer weinige getuigenissen over Treblinka, ook een van de gruwelijkste getuigenissen die uit de Tweede Wereldoorlog is voortgekomen.

Tien maanden lang, een periode waarin hij ‘geen levend kind meer zou zien’, wist Rajchman aan de dood te ontkomen. Op 2 augustus 1943 brak er in het kamp een opstand uit. Hij ontsnapte en bleef door voortdurend onderduiken uit handen van de Duitsers. Zijn ongelooflijke verhaal tekende hij meteen op, in korte, haast emotieloze zinnen, alsof hij het allemaal heel snel wilde noteren voordat hij de details zou vergeten, of misschien wel dood zou gaan. Pas na zijn dood is het gepubliceerd, maar heeft aan kracht niets ingeboet.

Doodsfabriek
Rajchman begint zijn herinneringen met de zin “De treurige wagons brengen mij erheen, naar dat oord”. Een onwezenlijke stroom af-en aanrijdende treinen brengt ontelbare ladingen mensen naar de doodsfabriek Treblinka, die ze onmiddellijk opslokt. Niets blijft de lezer bespaard van de gruwelijkheden die door SS-ers en hun Oekraïense handlangers (‘moordenaars’, misdadigers’ of ‘beesten’ noemt hij ze consequent) dag in dag uit gepleegd worden.

Meer dan honderd joden worden dag en nacht ingeschakeld voor de uitvoering van talloze werkzaamheden, die in een moordend tempo moeten worden uitgevoerd. Even langzaam aan doen, kan je doodvonnis betekenen. De haren van de te vergassen joden moeten worden afgeknipt. Hun afgepakte kleren en bezittingen moeten worden gesorteerd, hun gebitten moeten na hun dood worden nagezien op gouden vullingen, de lijken moeten naar de verbrandingsplekken worden gesleept. Daarbij moeten de gevangenen tot vermaak van hun bewakers ook nog eens zingen.

Rajchman rolt van het ene in het andere verschrikkelijke baantje, om maar niet te hoeven eindigen in de gaskamers. Kapper, sorteerder, lijkdrager, tandentrekker, doodgraver: met gekromde rug en gebogen hoofd oefende Chil Rajchman al deze beroepen uit, vaak tot hij volkomen uitgeput was, om te overleven … én te getuigen.

Hemelschreiend
Het is een rauw, onopgesmukt relaas van overleven in een hel. “Gisteren om deze tijd leefde mijn kleine zusje nog”, zegt Chil tegen een kampgenoot. “En mijn hele naaste en verre familie en twaalfduizend ongelukkige joden uit mijn stad”, antwoordt de ander. Zo staat op elke pagina wel iets dat ten hemelschreiend is. Je wilt het niet weten, maar je blijft doorlezen tot de laatste bittere bladzijde.

Alleen jammer dat sommige feiten en cijfers niet kloppen, dit maakt het boek ten onrechte tot voer voor negationisten (ontkenners van de Holocaust). Dat herinneringen op bepaalde details onbetrouwbaar blijken doet namelijk niets af aan de kracht en oprechtheid van deze verpletterende herinneringen. Meer weten over dit boek? Lees dan de recensies op Cobra.be en Cuttingedge.be.

Chil Rajchman hoort volgens Vrij Nederland thuis in het rijtje van onder anderen Eli Wiesel, Primo Levi, Tadeusz Borowski, Imre Kertész en G.L. Durlacher: getuigenissen die je moet lezen om je ervan te doordringen waartoe mensen in staat zijn.

Auteur

Rubrieken Recensies

Trefwoorden

Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

coded with care by codetikkers.nl, ontwerp IDA