BiebBlog

Vlissingen

Bibliotheekmedewerkers
aan het woord

19 juni 2012 @ 11:00 door | Geen reacties

Eerlijk alles delen?

Onze samenleving is in hoge mate gebouwd op de idealen van de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Die zie je bijvoorbeeld terug bij de meeste politieke partijen, waarbij de één meer nadruk op vrijheid en de ander op gelijkheid legt. Wetenschappers hebben onderzocht of dergelijke idealen eigenlijk wel te verwezenlijken zijn en of ze werkelijk tot een betere wereld leiden. Peter Hilhorst presenteerde half april drie documentaires hierover: vrijheid, gelijkheid en broederschap.
De tweede uit de reeks maakte grote indruk op mij. Deze ging in op de vraag of ongelijkheid, die voortkomt uit grote verschillen in inkomen tussen mensen, nog wel zo’n positief uitgangspunt voor ons economisch denken is. Ongelijkheid zou immers betere presentaties en concurrentie stimuleren. Conclusie is echter dat ongelijkheid eigenlijk alleen maar ellende brengt.

Hebzucht
Te veel gelijkheid motiveert mensen niet meer om hun best te doen. Door ongelijkheid doe je je best om meer te krijgen, en op dat soort hebzucht is onze economie gebouwd. Het leidt tot economische groei en daarvan geniet iedereen.
Twee Britse wetenschappers hebben echter aangetoond dat dit principe helemaal niet opgaat. Zij beweren dat juist vermindering van ongelijkheid bijna iedereen ten goede komt. De epidemiologen Richard Wilkinson en epidemioloog Kate Pickett publiceerden The Spirit Level, waarin zij onderbouwen dat inkomensongelijkheid de directe oorzaak is van de meeste sociale problemen in rijke landen. Die problemen raken niet alleen de armen, maar ook de rijke! Een samenvatting van de drie eerste hoofdstukken van dit boek is gepubliceerd door Mondiaal Nieuws.

Sociale problemen
De wetenschappers concentreerden zich op de sociale problemen, die veel voorkomen bij mensen onder aan de sociale ladder.
Ongelijkheid leidt tot veel meer sociale ellende: mensen leven korter, met kids gaat het slechter, ze doen het slechter op school, kindersterfte is hoger, er worden meer moorden gepleegd, er zijn meer gedetineerden, meer tienerzwangerschappen, meer onderling wantrouwen, meer obesitas, meer geestesziektes en meer verslaving.
Landen met grote inkomensverschillen, met Engeland, Portugal en de Verenigde Staten aan top, kennen de minste mogelijkheden voor burgers om hogerop te komen, hun kinderen boeken slechtere leerprestaties, zij geven het minst aan ontwikkelingshulp, gaan het minst duurzaam om met milieu en grondstoffen en er komen de meeste geweldsmisdrijven voor. In landen met relatief kleine inkomensverschillen, zoals Japan, Finland, Zweden, Noorwegen en Nederland, komen die sociale problemen in beduidend mindere mate voor. Inkomensverschillen vergroten die sociale problematiek dus.

De laatste jaren neemt de ongelijkheid in inkomen in Nederland langzaam toe. De verwachting is dat daarmee opnieuw bewezen wordt dat een op hebzucht gebaseerde vrije markt niet tot een betere wereld leidt. Maar daarover kan heel verschillend gedacht worden. Zo typeerde de in Amerika wonende Nederlandse natuurkundige Walter Lewin ons nivelleringsstreven als volgt: ‘Als het gras in Nederland te hoog wordt, knippen jullie het af. En gras dat slecht groeit, wordt juist bemest.’

Auteur

Rubrieken Geen categorie

Trefwoorden ,

Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

coded with care by codetikkers.nl, ontwerp IDA