BiebBlog

Vlissingen

Bibliotheekmedewerkers
aan het woord

10 juli 2012 @ 08:41 door | Geen reacties

Kwestie van kiezen: onderstroom of poëzie.

Terwijl de grote trom van een uitbundige klezmerband bijna de trommelvliezen deed scheuren, werd in de Onderstroomt-tent ernaast ingetogen literair gedeclameerd. Harmonie Ons Genoegen, ooit opgericht als stadsharmonie om evenementen in Vlissingen muzikaal op de fleuren, zweeg tijdens het festival bescheiden, maar was wel betrokken in de apotheose.

Vlissingse cultuurgeschiedenis
Vlissingse dichters, schrijvers en ook het harmonieorkest trekken zonder stevige promotie vooraf al geen volle zalen, maar horen kennelijk ook niet thuis op een cultureel festival: vrijdag waren er 20 en zaterdag 10 luisteraars. Toch was de wijze waarop aandacht werd besteed aan Vlissingse cultuurgeschiedenis heel bijzonder.

Wim Hofman en Sandra Burgers behoefden nauwelijks introductie. Wim droeg de eerste avond louter eigen werk voor, op zaterdag gevolgd door een openhartige introductie over hemzelf. Sandra (op slagwerk begeleid door beeldend kunstenaar Rob Maaskant), droeg beide avonden haar kenmerkende gevatte en scherpe kijk op Vlissingen en haar bewoners voor.

Waar is Pisuisse?
Van Jean-François Pisuisse is in Vlissingen geen splinter meer terug te vinden. Acteur en artiest Jim de Groot vertelde met passie en humor over de opkomst en ondergang van deze beroemde Vlissinger, die gezien wordt als de grondlegger van de Nederlandse kleinkunst. Jim onthulde dat destijds van kleinkunst noch ‘grootkunst’ sprake was en dat wat we nu kleinkunst noemen, toen in feite hetzelfde was als wat popmuziek nu is. Pisuisse als grondlegger van de popmuziek, dus! Hij trok ook parallellen tussen zijn eigen turbulente leven en dat van Pisuisse en zong hartverscheurend twee liederen uit zijn eerdere theatershow ‘De Kleine Man’.

De onbekende Brouwenaar
Joep Bremmers vertelde tenslotte over zijn onderzoek naar Vlissingse dichters. Daarbij stuitte hij op dichter/beeldhouwer Jan François Brouwenaar die in 1849 de ‘Groote Prijs voor de beeldhouwkunst’ won, maar die bijna niemand nu nog kent.
Hoewel, helemaal vergeten is hij niet in Vlissingen: de ivoren toren waar de politiek beslist hoeveel geld nog aan cultuur mag worden besteed, staat – misschien wel heel symbolisch- met haar kont gericht naar de Brouwenaarstraat. En er is wat van zijn oeuvre bewaard in de bibliotheek, gemeentearchief en muZEEum.

Aan het slot van zijn voordracht vertelde Joep over zijn ontdekking van een kunstwerkje van Brouwenaar, dat in 1873 in bezit kwam van Ons Genoegen en de thrill die het veroorzaakte toen hij mij opbelde en vernam dat het nog steeds in het bezit is van de vereniging. En ik besefte dat het dus van Brouwenaar was! Vrijdag werd het door hemzelf aan de aanwezige liefhebbers getoond, maar zaterdag mocht zoon Seppe het aan het handjevol publiek onthullen.

Heruitgaves
Dat Vlissingse literatuur en poëzie tijdens Onderstroom werd ondergesneeuwd door rauwe oriëntaalse blaasmuziek en nauwelijks aandacht kreeg, niet van publiek, niet van de media is jammer. De hernieuwde kennismaking met dichters die ooit Vlissingen in cultureel opzicht op de kaart zetten verdient echter meer. Ik kijk dan ook uit naar de heruitgaves van werk van Brouwenaar en andere Vlissingse dichters die door Joep en Bibliotheek Vlissingen met steun van Vlissingse fondsen binnenkort wordt gerealiseerd.

Auteur

Rubrieken Vlissingen

Trefwoorden ,

Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

coded with care by codetikkers.nl, ontwerp IDA