BiebBlog

Vlissingen

Bibliotheekmedewerkers
aan het woord

11 februari 2013 @ 09:17 door | Geen reacties

Bij wie durf jij onder te duiken?

Soms groeien ‘gewone’ mensen uit tot ware iconen. Zo werd het onbekende, joodse meisje Anne Frank -anoniem slachtoffer van de Holocaust- een icoon van het Joodse lijden. Ze werd  ‘universeel slachtoffer van al het kwaad in de wereld’, het symbool van het goede in de mens. Kortom, een echt fenomeen!

In onze catalogus zijn maar liefst 99 boeken en dvd’s te vinden met de naam ‘Anne Frank’ in de titel. Haar dagboek ‘Het Achterhuis’ is in meer dan 67 talen vertaald en meer dan 32 miljoen keer over de toonbank gegaan, waarmee het boek tot de internationale bestsellers aller tijden behoort. Het werd bewerkt voor film, toneel, musical. Anne stond met Joseph Goebbels op het podium, haar boek werd verstript en haar kastanjeboom sneuvelde.

Iedereen en alles eigent zich Anne toe. Ze gooide hoge ogen bij de verkiezing van ‘de grootste Nederlander’, werd opgenomen in de nationale Canon en in de VS werden pogingen in het werk gesteld om haar alsnog tot Amerikaanse te naturaliseren.
Vorig jaar nog doopten Amerikaanse mormonen haar postuum, een voorrecht dat veel beroemdheden is beschoren, onder wie ook Ghandi en Moeder Teresa. Wat te denken van wedstrijden als ‘Wie was Annes beste vriendin? En zelfs mede-icoon, Nelson Mandela, vertelde ooit over de inspiratie die hij en andere gevangenen op Robbeneiland hadden geput uit haar dagboek, dat “blaadje voor blaadje langs de cellen werd gesmokkeld”.

Heiligschennis
Door haar status als moderne heilige leidde tot voor kort alles rond Anne Frank steevast tot ophef. Van Anne diende je af te blijven, letterlijk en figuurlijk. Er is echter en verschuiving gaande. Een boek als ‘Anne Frank leeft en woont op zolder’ van Shalom Auslander zou tien jaar geleden nog als heiligschennis zijn beschouwd.
Auslander rekent hierin met wrange humor af met Anne als symbool van het Grote Lijden en neemt tevens het joodse slachtofferschap op de hak. Anne Frank teruggebracht tot een mens van vlees en bloed.

Ook Nathan Englander, net als Auslander opgegroeid in een orthodox-joods milieu, heeft er geen moeite mee de erfenis van Anne Frank naar eigen hand te zetten. Hoewel hij daarbij een stuk milder is dan zijn satirisch ingestelde collega. In het titelverhaal van zijn bundel ‘Waar we het over hebben wanneer we het over Anne Frank hebben’ (zie recensies Volkskrant en Vrij Nederland) spelen twee joodse echtparen een geïmproviseerd spelletje onderduiken: stel dat er een nieuwe Holocaust zou komen, wie zou ons dan helpen met onderduiken?

Anne-spelletje
Bij wie zou je mogen onderduiken? Zou jij mij helpen? Dit ‘gezelschapsspelletje’ blijkt een giftig gedachtenexperiment dat pas  echt explodeert zodra een van de vrouwen inziet dat ze het ‘ja’ van haar eigen echtgenoot niet vertrouwt. De haperende timing van het antwoord spreekt namelijk boekdelen. Of hun huwelijk dit Anne-spelletje zal overleven, laat Englander in het midden. Maar dat er iets onherstelbaar kapot is, dat is wel duidelijk.

Deze verhalenbundel wordt gekenmerkt door dit soort diepmenselijke kwetsuren, afgewisseld met absurdistische voorvallen en zwarte humor. Onthutsend en troostrijk tegelijk. Englander speelt subtiel met de Joodse identiteit en gevoeligheden. Of hij nu schrijft over bejaarden in een zomerkamp die wraak nemen op een (vermeende) nazibeul, of een afvallige zakenman die achter het loerluikje van een peepshow zijn rabbi, moeder en psychiater aantreft, of Joodse suburb-jongens die de strijd aanbinden met de buurtantisemiet, of familieverhalen die in telkens nieuwe versies de revue passeren omdat met de ene versie van de waarheid nu eenmaal makkelijker valt te leven dan met de andere.

Wreed sprookje
Wat mij betreft springen twee verhalen eruit. Het langste verhaal, ‘Zusterheuvels‘, dat de complete geschiedenis van Israëls bezette gebieden vervat in een sprookjesachtige allegorie. Het voert twee kolonistenfamilies ten tonele, vastbesloten om op twee aanpalende heuvels een stad te stichten. Eén van de pioniersvrouwen ‘verkoopt’ haar zieke dochtertje symbolisch aan haar buurvrouw wat het meisje volgens het traditionele bijgeloof bescherming zou bieden. Decennia later eist de koopster, gek van rouw om haar eigen gesneuvelde kinderen, haar eigendom op. Want waarom zou hun overeenkomst niet gelden als die eeuwenoude, Bijbelse claim op het Heilige Land wél geldig is?

Morele vragen
Het andere verhaal ‘Gratis fruit voor jonge weduwen‘ gaat over Holocaust en herinnering. Hierin keert een jongetje van dertien alleen terug uit een concentratiekamp. Hij wordt thuis als een zoon ontvangen door zijn vroegere oppas, die hem echter wil laten doden omdat ze bang is dat hij anders zijn bezit zal opeisen. Voor het zover komt, vermoordt het jongetje de oppas en haar hele familie. De heikele morele vragen die Englander in dit wrede sprookje stelt, zijn onmogelijk eenduidig te beantwoorden.

In acht verhalen ontleedt Nathan Englander de menselijke ziel. Op fantasievolle wijze analyseert hij de grote levensvragen waar iedereen mee worstelt over zingeving, familiebanden en liefde. Verhalen ván een Jood, óver Joden, maar zeker niet alleen vóór Joden.

Auteur

Rubrieken Recensies

Trefwoorden ,

Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

coded with care by codetikkers.nl, ontwerp IDA