BiebBlog

Vlissingen

Bibliotheekmedewerkers
aan het woord

6 maart 2013 @ 09:08 door | Geen reacties

Mea culpa, mea maxima culpa

Mijn presenteerblaadje buigt bijna door van het gewicht van de roman van vandaag: ‘De bekentenis van Adrià’ van de Catalaanse auteur Jaume Cabré. Het verscheen op 1 februari in het Nederlands, kreeg een heuse trailer mee en werd jubelend ontvangen.

Als bibliothecaris wordt je al enthousiast van de prachtige omslagfoto (een gretig jongetje voor een drie meter hoge boekenkast) en van het feit dat de hoofdpersoon tachtig jaar lang eigenlijk alleen maar leest en studeert. Maar de geestdrift komt toch vooral van de diepgang van deze geweldige historische roman met een whodunnit als spannende rode draad. Het deed me denken aan Umberto Eco op z’n best.

Doorbijten
De bijna 700 bladzijden dikke pil is een schuldbelijdenis over wat wij in Europa de Joden hebben aangedaan. Ik moet u vooraf waarschuwen: u moet even doorbijten, maar als u eenmaal de smaak te pakken hebt, is het volop genieten.
Het is een majestueuze roman waaraan meer dan 150 personages deelnemen. Helaas ontdekte ik pas op één derde van het boek dat achterin een handige lijst van personages is opgenomen. Vooral in het eerste deel vliegen de (Spaanse) namen je om de oren en hiphopt Cabré van de ene tijd in de andere. Tot je ontdekt hoe hij daarmee verbindingen aanbrengt, die je doen beseffen welk een diepgang dit prachtige boek biedt.
‘De bekentenis van Adrià’ is het verhaal van een jongen die in de jaren ’50 opgroeit in Barcelona. Zijn vader is antiquair die zijn hoogbegaafde zoon alle mogelijke kennis wil bijbrengen. Als jochie van elf spreekt hij moeiteloos dertien talen. Zijn moeder probeert hem tot virtuoos violist te boetseren. Adrià’s dubbele opvoeding draait helemaal rond de Storioni, een kostbare viool van zijn vader.

Stamboom
De roman bestaat eigenlijk uit het volgen van de stamboom van dit instrument. Cabré doet dat niet gestructureerd of chronologisch, maar springt rustig in één alinea tientallen of vele honderden jaren terug in de tijd. Als Adrià tegen zijn vriend Bernat lyrisch is over een symfonie van Schubert, wordt dat in dezelfde zin beaamd door een SS-Obersturmführer, die als arts de meest vreselijke experimenten uitvoert. Op deze manier verbindt Cabré het eigentijdse verhaal soepel met de geschiedenis, van Inquisitie tot Holocaust.

Homo universalis
Adrià leest alles wat los en vast zit en valt te karakteriseren als moderne homo universalis. Hij worstelt met de liefde, maar kan goed kiezen uit zijn twee passies: studiebol of fiedelaar. Dankzij twee poppetjes, een sheriff en een indiaan, kunnen wij zijn zelfreflectie of geweten volgen. Hij beseft dat de viool niet zijn echte expressiemiddel is. Zijn vriend speelt veel beter, maar wil het juist maken als schrijver.
Cabré houdt ons voor voldoening te putten uit wat we goed kunnen, ook al is het als onopvallend lid van een groter orkest. Niet iedereen kan solist zijn, die persoonlijk kan scoren.

Adrià, zijn grote liefde Sara en zijn vriend Bernat bereiken grote hoogten in de wetenschap, beeldende kunst en muziek. Wat zoeken zij daarin? Zij zoeken er de zin om te leven en te zien, te horen en te ervaren. “Zoals alle stervelingen”, zegt Adrià, “ziet Bernat het geluk voor zijn voeten niet, want hij is verblind door wat hij niet heeft.”

Neem eens lekker een paar dagen vrij, maak met niemand afspraken en pak een mooi boek. Eerder verscheen van Cabré ‘Edelachtbare’ en ‘De stemmen van de Pamano‘. U bent het meer dan waard!

Auteur

Rubrieken Recensies

Trefwoorden

Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

coded with care by codetikkers.nl, ontwerp IDA